Europa / Kiesstelsels / Verenigd Koninkrijk

Verenigd Koninkrijk - Staat en kiesstelsel

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland was tot voor kort een sterk centralistisch bestuurd land. Aan het einde van de twintigste eeuw is daar verandering in gekomen. In dit dossier wordt ingegaan op de verschillende aspecten van staatsstructuur en kiesstelsel in het Verenigd Koninkrijk. Klik voor een specifiek onderdeel door op de onderstaande links:

Het is ook mogelijk het dossier Verenigd Koninkrijk als PDF te downloaden.

1. De structuur

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland kan worden betiteld als een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Groot-Brittannië omvat drie historische gebiedsdelen, te weten Engeland, Schotland en Wales. De twee laatstgenoemde hebben, evenals Noord-Ierland, aan het einde van de twintigste eeuw hun eigen volksvertegenwoordigingen en besturen gekregen, en wel in het kader van de devolution (decentralisatie). Het Verenigd Koninkrijk heeft geen geschreven grondwet - de relaties tussen staat en burgers worden geregeld door gewone wetten en het gewoonterecht, dat zich in de loop van vele jaren heeft ontwikkeld. Een ander bijzonder kenmerk van het Verenigd Koninkrijk is de zogeheten parlementaire soevereiniteit. Niet het volk (volkssoevereiniteit), maar het parlement heeft de hoogste macht. Dat betekent onder meer dat er geen rechtmatigheidtoetsing kan plaatsvinden van door het parlement aangenomen wetten. Er is sprake van een onbeperkt beslissingsrecht: voor alle beslissingen, dus ook aangaande de structuur van de staat, zijn slechts gewone parlementaire meerderheden vereist. Zo kon de conservatieve ex-premier Margaret Thatcher het haar onwelgevallige stadsbestuur van Groot-Londen met één pennenstreek opheffen en de sociaaldemocraat Tony Blair het gewoon weer instellen.

De gebiedsdelen Wales, Schotland en Noord-Ierland hebben met de decentralisatie eigen bevoegdheden gekregen op terreinen als gezondheidszorg, onderwijs, lokaal bestuur, huisvesting, milieu en cultuur, maar ze verschillen wel per gebiedsdeel. De centrale staat blijft in ieder geval de verantwoordelijkheid behouden voor buitenlandse zaken, defensie en nationale veiligheid.

Demografie

Het Verenigd Koninkrijk telde medio 2007 naar schatting 60.975.300 inwoners, als volgt verdeeld over de vier gebiedsdelen:

Gebiedsdeel

inwoners

percentage

Engeland

51.092.000

83,8

Schotland

5.144.200

8,4

Wales

2.980.000

4,9

Noord-Ierland

1.759.100

2,9

2. De organen

Het parlement van het Verenigd Koninkrijk bestaat uit twee kamers. Het Lagerhuis wordt direct door de bevolking gekozen. Het aantal zetels is niet constant, maar wordt bepaald door het aantal kiesdistricten, dat op zijn beurt afhankelijk is van inwonertallen en geografie. Sinds de verkiezingen van 2005 telt het Lagerhuis 646 zetels, als volgt onderverdeeld:

Gebiedsdeel

Aantal zetels

Engeland

529

Schotland

59

Wales

40

Noord-Ierland

18

Het erfelijke lidmaatschap van het Hogerhuis is in 1999 afgeschaft – 92 van de erfelijke leden zijn door hun collega’s uitverkoren om tot de volgende hervorming lid van het Hogerhuis te blijven. De meeste leden, ongeveer 585 in getal, worden op voordracht van de premier voor het leven benoemd. Daarnaast telt het Hogerhuis nog 26 kerkelijke gezagsdragers, die uit hoofde van hun functie (de Kerk van Engeland is staatskerk) Hogerhuislid zijn. Het Hogerhuis kan alleen wetstechnische verbeteringen doorvoeren.

Evenals in Nederland maakt het staatshoofd, de koningin, deel uit van de regering van het Verenigd Koninkrijk. De meeste ministers zijn tevens lid van het Lagerhuis, maar een aantal bewindslieden is lid van het Hogerhuis. De minister-president is, zo wil de traditie, altijd lid van het Lagerhuis.

Drie van de vier gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk hebben eenkamerparlementen, waarvan de zetelaantallen verschillen: het Schotse Parlement telt 129 zetels, de Nationale Vergadering voor Wales 60 zetels en de Vergadering van Noord-Ierland 108 zetels. Het dagelijks bestuur hebben ze gedelegeerd aan uitvoerende machten, waarvan de leden zitting hebben in de parlementen.

Engeland op zijn beurt is opgedeeld in negen regio’s, maar die hebben geen eigen vertegenwoordigende organen. Een uitzondering hierop vormt de regio Groot-Londen, die een Vergadering van 25 gekozen leden en een eveneens direct gekozen burgemeester met ruime bevoegdheden heeft (onder andere politie, transport, cultuur, milieu). Groot-Londen omvat 33 gemeenten.

Lokaal bestuur

De structuur van het lokale bestuur is erg ingewikkeld (omwille van de helderheid volgen hierna slechts enkele generalisaties). In Schotland, Wales, Noord-Ierland en sommige delen van Engeland zijn lokale raden en besturen verantwoordelijk voor alle lokale aangelegenheden. In het overgrote deel van Engeland zijn de lokale taken en verantwoordelijkheden verdeeld over twee afzonderlijke bestuurslagen: de één (county) groter dan de andere (district). Lokale raden in Noord-Ierland hebben minder taken te vervullen dan die in Groot-Brittannië. Dat heeft te maken met het Noord-Ierse conflict. In totaal kent het Verenigd Koninkrijk 468 lokale autoriteiten, die als volgt zijn onderverdeeld:

Gebiedsdeel

soort bestuur

aantal

Engeland

enkelvoudige bestuurslaag

116

Engeland

dubbele bestuurslaag: hogere: county

34

Engeland

dubbele bestuurslaag: lagere: district

238

Wales

enkelvoudige bestuurslaag

22

Schotland

enkelvoudige bestuurslaag

32

Noord-Ierland

enkelvoudige bestuurslaag

26

De omvang van de direct door de bevolking gekozen raden loopt nogal uiteen. De zittingstermijn van de raadsleden in het Verenigd Koninkrijk is in principe vier jaar, maar het tijdstip waarop verkiezingen plaatsvinden kan verschillen: in Schotland, Wales en Noord-Ierland vinden de raadsverkiezingen om de vier jaar plaats, terwijl in Engeland twee verschillende regelingen bestaan: de inwoners kiezen alle raadsleden om de vier jaar of zij kiezen telkens een derde van de raadsleden in de eerste drie jaren van de vierjarige termijn. Er zijn ook hierop weer uitzonderingen. De raden kiezen uit hun midden een voorzitter, maar sinds kort bestaat in Engeland en Wales de mogelijkheid om een burgemeester rechtstreeks door de bevolking te laten kiezen.

3. De verkiezingen

Het Lagerhuis kent geen vaste zittingsperiode. Er is geen minimum, maar wel een maximum van vijf jaar. Binnen deze termijn kan de minister-president bepalen wanneer er algemene verkiezingen worden gehouden, bijvoorbeeld op een tijdstip dat de regeringspartij er gunstig voor staat in de peilingen.

Het Lagerhuis wordt gekozen op grond van een meerderheidsstelsel met enkelvoudige districten. Dat betekent dat het Verenigd Koninkrijk wordt onderverdeeld in kiesdistricten (2005: 646, 2010: 650). Degene die in dit district de meeste stemmen behaalt, komt namens zijn partij in het Lagerhuis (een absolute meerderheid van de stemmen - meer dan 50 procent - is dus niet nodig). Dit systeem noemt men ook wel first-past-the-post of single member plurality system. Indien een Lagerhuislid overlijdt of aftreedt, worden in zijn kiesdistrict tussentijdse verkiezingen gehouden. De opkomst bij de laatste vier verkiezingen bedroeg:

Jaar

Opkomstpercentage

2005

61,5

2001

59,4

1997

71,4

1992

77,7

Voor de verkiezingen van het Schotse Parlement, de Nationale Vergadering voor Wales en de Vergadering van Groot-Londen heeft de kiezer twee stemmen. De eerste stem wordt uitgebracht op een kandidaat uit een kiesdistrict volgens het systeem first-past-the-post. De tweede stem brengt de kiezer uit op een partijlijst. Voor deze tweede stem zijn Schotland en Wales opgedeeld in een aantal regio’s (Groot-Londen is voor dit doel één regio). Voor elke regio is een aantal zetels beschikbaar. Dit noemt men het additional member system (AMS), een vorm van evenredige vertegenwoordiging. De verkiezing van additionele leden van partijlijsten moet de onevenredige resultaten van de verkiezingen in de kiesdistricten als het ware corrigeren. Vóór de toewijzing van deze additionele leden moet eerst worden vastgesteld wie er in de kiesdistricten zijn gekozen. Daarna worden alle stemmen die in de betreffende regio op een lijst zijn uitgebracht gedeeld door het aantal in de regio gewonnen kiesdistricten plus 1. De lijst die het hoogste scoort, krijgt de eerste zetel. Vervolgens wordt afgeteld totdat het aantal regionale zetels is gevuld. Dit systeem is voordelig voor partijen die geen kiesdistricten hebben veroverd. De verdeling is als volgt:

Orgaan

Aantal kiesdistricten

Aantal regionale kandidaten

Schots Parlement

73

56 (8 x 7)

Nat. Verg. Wales

40

20 (5 x 4)

Verg. Gr.-Londen

14

11 (1 x 11)

De verkiezingen voor genoemde organen vinden om de vier jaar plaats.

Bij de verkiezing van de burgemeester van Groot-Londen mogen de kiezers een eerste en een tweede voorkeur aangeven. Indien een kandidaat bij de eerste telling meer dan de helft van de stemmen van eerste voorkeur heeft gekregen, is hij gekozen. Zo niet, dan blijven de twee beste kandidaten over en worden de op hen uitgebrachte stemmen van tweede voorkeur meegeteld. Gekozen is dan de kandidaat met de meeste stemmen.

Voor de verkiezing van de Vergadering van Noord-Ierland geldt het systeem van de single transferable vote (STV), door politicologen beschouwd als een vorm van evenredige vertegenwoordiging. Voor dit doel is Noord-Ierland opgedeeld in achttien kiesdistricten met elk zes zetels. Kiezers kunnen net zo veel kandidaten van alle partijen in een volgorde van voorkeur plaatsen als ze willen. Kandidaten zijn dan gekozen als ze een bepaald aantal stemmen hebben behaald. Overschotstemmen worden op basis van voorkeuren over de andere kandidaten verdeeld.

De lokale verkiezingen in Engeland en Wales vinden plaats op basis van first-past-the-post, in Schotland en Noord-Ierland volgens het systeem van de single transferable vote.

4. Het referendum

Het Verenigd Koninkrijk kent geen algemene referendumregelingen. Voorafgaand aan de devolution zijn op initiatief van de regering van het Verenigd Koninkrijk in Noord-Ierland, Schotland, Wales en Groot-Londen referenda gehouden, waarin de bevolkingen van deze gebieden zich konden uitspreken over eigen gekozen organen. In al deze gebieden stemde de bevolking voor decentralisatie. Op grond hiervan nam het parlement van het Verenigd Koninkrijk de daarvoor noodzakelijke wetten aan. In 2004 vond in de Engelse regio Noord-Oost een referendum plaats over de vraag of deze regio een eigen volksvertegenwoordiging moest krijgen, hetgeen door de kiezers is afgewezen. Op lokaal niveau kan een referendum plaatsvinden over de vraag of er in de betreffende gemeente een door de bevolking gekozen burgemeester moet komen, maar als voorwaarde geldt dat 5 procent van de geregistreerde kiezers daartoe een petitie indient. Het enige nationale referendum dat ooit in het Verenigd Koninkrijk is gehouden, vond in 1975 plaats, namelijk over de vraag of het land lid van de Europese Gemeenschap moest blijven (opkomst 64,5 procent).

Bronnen

  • E. Hübner & U. Münch, Das politische System Großbritanniens. Eine Einführung, München 1999, ISBN 3 406 45651 0.
  • D.M. Farrell, Electoral Systems, A Comparative Introduction, Houndmills, Basingstoke, Hampshire 2001, ISBN 0 333 80162 8.
  • Website www.electoralcommission.org.uk
  • Website www.parliament.uk
  • Website www.citymayors.com

Meer informatie

Dit dossier wordt onderhouden door Harm Ramkema. Heeft u een opmerking of een vraag over de informatie in dit dossier, stuur dan een e-mail naar h.ramkema@publiek-politiek.nl of bel (020) 521 76 64.