Gemeente / College van B&W

College van Burgemeester en Wethouders

Bestuur en bevoegdheden

Het college van b. en w. vormt het bestuur van de gemeente. Het aantal wethouders is evenals het aantal raadsleden afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente: minimaal twee en maximaal negen.

Het college heeft eigen bestuursbevoegdheden op grond van allerlei landelijke wetten en regelingen, bijvoorbeeld de uitvoering van de Wet werk en bijstand en de toepassing van de Wet milieubeheer. Het college zorgt daarnaast voor de voorbereiding van zaken waarover de raad beslist en voor de uitvoering van raadsbesluiten.

Collegevorming

Na de verkiezingen gaan verschillende fracties, die tezamen een meerderheid in de raad vormen, met elkaar om de tafel zitten om te onderhandelen over de vorming van een college. Een college dat over een meerderheid van de partijen in de raad beschikt, noemen we een meerderheidscollege. Maar er is ook de mogelijkheid van een minderheidscollege. In dat geval vormen één of meer partijen die in de raad geen meerderheid hebben toch een college. Zo’n oplossing komt alleen voor als partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de vorming van een meerderheidscollege. De afspraken die de samenwerkende partijen in het college (de collegepartijen) maken, noemen we een collegeprogramma.

Wethouders

De wethouders worden door de gemeenteraad gekozen. Als ze uit de gemeenteraad zelf afkomstig zijn, geven ze na aanvaarding van hun functie het raadslidmaatschap op. Het is ook mogelijk om wethouders van buiten de raad te benoemen, zelfs als ze in een andere gemeente wonen. In het laatste geval zijn ze wel verplicht binnen een jaar te verhuizen naar de gemeente waarin ze wethouder zijn geworden. De raad kan in bijzondere gevallen ontheffing van de verhuisplicht verlenen.

Het wethouderschap is meestal een voltijdse baan. Anders dan een gemeenteraadslid krijgt een wethouder daarom een salaris.

Tussen raad en wethouder geldt, evenals tussen de Tweede Kamer en de minister, de vertrouwensregel. Een wethouder kan door de gemeenteraad worden afgezet indien hij niet langer het vertrouwen van de raad heeft. Een opengevallen plaats wordt meestal opgevuld door een ander lid van de partij van de vertrokken wethouder. Ook kan de partij besluiten om niet langer deel te nemen aan het college. Er moet dan een nieuwe partij worden gezocht om een meerderheid in de raad te krijgen.

Portefeuilles en beleid

Elke wethouder heeft zijn eigen taakgebied of portefeuille, bijvoorbeeld onderwijs, openbare werken, financiën, huisvesting, sport en cultuur. Tegelijkertijd is het gemeentebeleid een zaak van het college als geheel. Dat noemen we collegiaal bestuur. Burgemeester en wethouders beslissen bij meerderheid van stemmen. De vergaderingen van het college zijn niet openbaar.

Het college legt voor zijn beleid verantwoording af aan de raad. Als het college niet langer het vertrouwen van de raad heeft, treedt het college in zijn geheel af, maar vervroegde verkiezingen zijn op gemeentelijk niveau niet mogelijk. Op basis van de bestaande zetelverdeling in de gemeenteraad wordt dan een nieuw college gevormd.

De burgemeester is de voorzitter van het college van b. en w. In het college heeft de burgemeester stemrecht: zijn stem kan zelfs de doorslag kan geven als de stemmen van de wethouders dat niet doen.