Gemeente / Financiën

Financiën

eurobiljet

Het uitvoeren van de gemeentelijke taken kost veel geld. Dat geld komt natuurlijk ook ergens vandaan.

Het Rijk

De gemeente krijgt meer dan 80% van zijn inkomsten van het Rijk. Afhankelijk van het aantal inwoners, de oppervlakte en een aantal speciale omstandigheden krijgt elke gemeente een bijdrage uit het zogeheten Gemeentefonds: de algemene uitkering. Daarnaast bestaan er nog specifieke uitkeringen van het Rijk, maar dat worden er steeds minder. Door het verruimen van de algemene uitkering neemt de beleidsruimte van de gemeente toe.

Eigen inkomsten

Naast de inkomsten uit Den Haag, krijgt de gemeente geld van zijn eigen inwoners en andere mensen die iets met de gemeente te maken hebben. Dat geld komt uit:

  • gemeentelijke belastingen, bijvoorbeeld onroerendezaak-, honden- en parkeerbelasting;
  • rechten, bijvoorbeeld rioolrecht en reinigingsrecht;
  • tarieven, bijvoorbeeld voor het zwembad;
  • leges, bijvoorbeeld voor het afgeven van bouwvergunningen en paspoorten.

Tot slot hebben gemeenten inkomsten uit eigen vermogen, bezittingen en bedrijven, bijvoorbeeld een gemeentelijk havenbedrijf.

Begroting en jaarrekening

Omdat de gemeenteraad en het college van b. en w. verschillende taken en bevoegdheden hebben, worden er twee verschillende begrotingen opgesteld. De begroting voor de raad heet de programmabegroting. Deze bestaat uit een aantal verschillende programma’s, zoals onderwijs, verkeer, recreatie, zorg en veiligheid. In elk programma worden de inkomsten en uitgaven jaarlijks tegenover elkaar gezet.
De begroting voor het college van b. en w. wordt de productbegroting genoemd. De productbegroting vormt de gedetailleerde invulling van de programmabegroting door het college, dat immers voor de uitvoering moet zorgen. De totale inkomsten en uitgaven van de productbegroting moeten natuurlijk gelijk zijn aan de totale inkomsten en uitgaven van de programmabegroting.