Participatie / Allochtonen / Staatsburger worden

Hoe staatsburger worden?

In sommige landen wordt onderscheid gemaakt tussen staatsburgerschap en nationaliteit. Het staatsburgerschap verwijst naar ‘staatsburger zijn van een land’, terwijl nationaliteit vooral verwijst naar het volk waartoe je behoort. In België hebben de Belgen de Vlaamse of de Waalse nationaliteit, maar de mensen uit beide volken hebben het Belgisch staatsburgerschap. In Turkije kan men de Koerdische nationaliteit hebben en het Turkse staatsburgerschap.

In Nederland valt volk en staat grotendeels samen en worden de twee begrippen door elkaar gebruikt.

Hoe staatsburger worden?

Het staatsburgerschap van een land kun je op drie verschillende manieren krijgen:

  1. Bij je geboorte. Er kan dan sprake zijn van de volgende twee rechten:
    a. Het grondrecht (ius soli): je krijgt het staatsburgerschap van het land waar je bent geboren. Dit gebeurt bijv. in Frankrijk en Canada.
    b. Het bloedrecht (ius sanguinis): je krijgt het staatsburgerschap van je ouders, of van één van je ouders. Je bent geboren als Nederlands staatsburger als op het moment van je geboorte minstens één van je ouders Nederlands is. Als één van je ouders een andere nationaliteit heeft, kun je ook die andere nationaliteit krijgen.
  2. Door een huwelijk met een staatsburger van het betreffende land. Meestal zijn daar voorwaarden aan verbonden, bijv. een wachttijd, een inburgeringcursus in het land van herkomst of beheersing van de landstaal.
  3. Door naturalisatie. Je kunt een andere nationaliteit krijgen. In sommige landen kun je meer dan één nationaliteit hebben. In andere landen mag dat niet en ben je verplicht te kiezen. In traditionele migratielanden zoals Canada, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Israël zijn meerdere nationaliteiten toegestaan. Dit is ook het geval in verschillende landen van de Europese Unie: Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Zweden, Finland, Portugal, Polen, Hongarije, Slowakije, Roemenie, Bulgarije.

Dubbele nationaliteit in Nederland

Tussen 1992 en 1997 konden niet-Nederlanders bij naturalisatie hun oorspronkelijke nationaliteit behouden. Als gevolg hiervan steeg het aantal Nederlanders met een dubbele nationaliteit in de jaren ’90. Sinds 1997 zijn mensen die de Nederlandse nationaliteit krijgen, verplicht hun andere nationaliteit op te geven. Er is een aantal uitzonderingen:

  • als je uit een land komt waarvan je de nationaliteit niet kunt opgeven (bijv. Marokko)
  • als je erfrecht hebt in het land waar je staatsburger van bent (bijv. in Turkije)
  • wanneer van jou niet verlangd kan worden dat je contact opneemt met het land waar je staatsburger van bent, bijvoorbeeld omdat je gevlucht bent

Op 1 januari 2007 telde Nederland één miljoen personen die naast de Nederlandse nog een andere nationaliteit hebben. De meeste andere nationaliteiten zijn Turks (267.254 personen) en Marokkaans (239.111 personen).